Wie was Constant Lievens

Ranchi Mensenrechten Ziek

Peter LievensConstant Lievens werd geboren op 10 april 1856 te Moorslede (West-Vlaanderen.). Hij was het zevende kind, in een gezin van elf kinderen, van landbouwer Jan Lievens.

De dood van zijn moeder, in 1867, verplichtte hem om uit de school weg te blijven, zodat hij kon helpen op de boerderij.


Drie jaar later, in oktober 1870, kon hij, door tussenkomst en met de hulp van pastoor Ampe, zijn humaniorastudies beginnen in het Klein-Seminarie te Roeselare.

In 1876 beëindigde Constant Lievens de retorica, in wat men 'Het Wonderjaar' noemde van priester-leraar Hugo Verriest. Hij was tweede, na de bekende Vlaamse dichter Albrecht Rodenbach.

Hij besliste toen om priester te worden, ging

wijsbegeerte volgen aan hetzelfde Klein-Seminarie en trok in september 1877 naar het Groot-Seminarie te Brugge om er theologie te studeren.
Het verlangen om jezuïet-missionaris te worden, bracht hem na één jaar theologie naar het jezuïetennoviciaat te Drongen.

Constant Lievens trainde zich gedurende twee jaar noviciaat in onthechting en gebed. Op 22 oktober 1880 legde hij z'n kloostergeloften af. Diezelfde dag scheepte hij in te Oostende om, via Londen, voor 'altijd' naar India te reizen. Het was in die tijd de gewoonte dat jezuïetenmissionarissen vertrokken voor de duur van hun leven, zonder ooit nog naar huis terug te keren.

Na zijn aankomst in Calcutta (NO-India), studeerde Constant Lievens verder in Asandol, in de provincie West-Bengalen.

In 1883 werd hij te Calcutta tot priester gewijd en bleef hij nog tot het einde van dat jaar les geven aan het Saint Xaveer's College in diezelfde stad.

Calcutta was toen de hoofdplaats voor de missie van West-Bengalen en het was van daar uit dat hij benoemd werd voor de missie van Chotanagpur, op 350 km ten NW van Calcutta in de deelstaat Bihar, waar reeds een kleine groep missionarissen werkzaam was.

Hij begon er zijn missieleven in Jamgain, op enkele kilometers van Ranchi. Na vier maanden, op 25 november 1885, vestigde hij zich in Torpa. Haast onmiddellijk nam hij de verdediging op zich van de oerbevolking, de Adibasi's, die werd uitgebuit door landeigenaars, geldschieters en ambtenaren. In diezelfde periode bekeerde hij hele dorpen tot het christendom.


Pater LievensIn 1888 werd Constant Lievens hoofdver-antwoordelijke voor de missionering in Chotanagpur en verhuisde hij naar Ranchi. Naar boven

Chotanagpur is een heuvelachtige bosstreek met uitgestrekte bebouwde hoogvlakten en ligt in de huidige Indiase deelstaten Bihar, Madhya-Pradesh en Orissa.Eeuwen geleden kwamen de Oeraons, de Moendra's en de Kharia's zich op het plateau van Chotanagpur vestigen. Wanneer Constant Lievens aankwam in Chotanagpur, vond hij er een verdrukt volk dat uitkeek naar menswaardigheid, rechtvaardigheid en bevrijding. Hij koos Torpa als vaste verblijfplaats en kon van daaruit veelmensen bereiken in de omliggende dorpen.

Evangeliseren betekende voor hem niet 'zonder meer cariatieve hulp verstrekken', maar veeleer de elementaire mensenrechten verdedigen en daarbij de onwetendheid, het fatalisme en de angst uit het leven van de mensen wegnemen. De bewoners kwamen van heinde en ver met hun problemen en grieven bij Lievens. 'Sta op uw rechten', zei hij keer op keer. Zelf reed hij als een bedreven en ervaren ruiter naar de omliggende dorpen om er de klachten van de mensen te horen. Stilaan werd hij de leider van een rechten-loos volk. Na het kerstenen van een grote gemeenschap wou Lievens de nieuwe christenheid verstevigen en voorzien van de nodige structuren: catechisten, wijkkapellen, een centrale kerk en scholen. Aan de lemen muren van zijn kleine kamer, in het Manresa House in Ranchi, hingen de stafkaarten van de streek. Hij wou immers alle Adibasi's kerstenen. 'Vier moet branden' en 'Zou je om deze mensen te redden niet door het vuur springen?' was zijn leuze. Het was een reuzenwerk, een gigantische droom van een man die was doordrongen met de geest van Jezus. In de missiebeweging, die hij had losgelaten, bleef Lievens een biddend mens. 'Alleen een mens van God, kan het werk van God doen.', dacht hij. De avonden, na vermoeiende tochten, onderrichten of palabers, bracht hij in gebed door. Hij was een priester die wist dat het contemplatieve gebed in zijn actieve leven ten goede kwam aan de armen en de Kerk. Maar niet iedereen waardeerde de rusteloze arbeid van de verdediger van de Adibasi's. Slechts weinigen konden zijn tempo en onstuimige werkkracht bijhouden. Tegenkantingen en kritiek, ook binnen zijn eigen rangen, werden zijn lot. Constant Lievens voelde het kruis wegen, maar bleef doorwerken, terwijl de dorpelingen zich bij honderden kwamen aanmelden om gedoopt te worden. Maar uiteindelijk braken de vele reizen te paard, het zenuwslopende werk van het apostolaat, de strijd tegen het onrecht en het tropische klimaat zijn gezondheid.

Pater LievensZiek en uitgeput ging hij in 1891 rusten te Daarjeeling in het Himalayagebegte. Het was daar dat hij te horen kreeg tering te hebben. Na twee maanden rust keert hij terug naar Ranchi, 'want ik heb nog zoveel te doen ...'.

In oktober 1892 keert hij, hopend op een mogelijke genezing in het vaderland, terug naar België voor verzorging.

Constant Lievens stierf op 7 november 1893, na zeven jaar missioneringswerk. Naar boven.

Zeven jaar kon hij werken aan de evangelisatie en de ontwikkeling van de Adibasi's. Onbegrip, ziekte en dood hadden een punt gezet achter zijn heldhaftig zwoegen om arme verdrukten met hun kultuur te redden en te kerstenen.En toch hadden duizenden mensen, onder zijn bezieling, leren leven naar het evangelie en hadden ze hun zelfvertrouwen en fierheid herwonnen. Constant Lievens trok een spoor en hielp een volk om zichzelf te bevrijden.


Vijf jaar na zijn dood, in 1897, werd beslist om de methode van LIevens aan te wenden in de missie, die weldra zou uitgroeien tot een jonge kerk, die één eeuw later de wereld zou verbazen.

Op 11 augustus 1929 werd op de markt te Moorslede een ruiterstandbeeld met Constant Lievens onthult. Het metershoge beeld werd ontworpen door de Antwerpse beeldhouwer Josué Dupon.

In de zomer van 1951 werd het stoffelijke overschot van Lievens opgegraven te Heverlee.

Op 8 juni 1952 werd tijdens een plechtige feestviering het stoffelijk overschot overgebracht naar de kapel van de paters jezuïeten in de Minderbroederstraat te Leuven. Het was de apotheose van de tweedaagse Lievensfeesten in de universiteitsstad.

Bij de honderste verjaardag van Lievens' geboorte, werd op 5 april 1856 een gedenkteken ingehuldigd in het Klein-Seminarie te Roeselare.

Gedurende het hele jaar 1985 werden er tal van herdenkingsfeesten gehouden in België en India te gelegenheid van 100 jaar Lievensmissie.

In 1993 werden er grootste herdenkingsfeesten gehouden te Moorslede bij de honderste verjaardag van zijn overlijden. Tijdens de apotheose in dat jaar werden de stoffelijke resten van Lievens overgebracht naar de Sint-Martinuskerk te Moorslede. De eredienst werd toen ook bijgewoond door zijne Koninklijke hoogheden prinses Astrid en aarsthertog Lorenz.

Op 7 november 1993 werd het gebeente van Constant Lievens, na bijzonder grote herdenkingsplechtigheden gedurende een hele week in Chotanagpur, bijgezet in de kathedraal van Ranchi, het centrum van de Lievensmissie.

In het voorjaar van 1995 werd het Lievensmuseum geopend.

In maart 2001 werd met een plechtigheid in de Sint-Martinuskerk te Moorslede het proces tot zaligverklaring van pater Constant Lievens gestart.

Op zondag 2 april 2006 werden de relieken van de rechterhand van Constant Lievens tijdens een plechtige eucharistieviering overgebracht en bijgezet in (een sarcofaag) een voor Lievens speciaal ingerichte devotieplaats in de St.-Martinuskerk te Moorslede. Naar boven

Lievens